Hoe goede informatie-overdracht en vroege herkenning van ernstige ziekten bijdragen aan goede zorg

Hoe goede informatie-overdracht en vroege herkenning van ernstige ziekten bijdragen aan goede zorg

In Limburg stemmen huisartsen, ambulanciers en medisch specialisten hun taalgebruik op elkaar af via een speciale methode. Dit verbetert de informatieoverdracht. De zorgverleners stellen ook vragenlijsten en werkprotocollen op, om snel tot de kern van de klachten te komen. Dat gebeurt in de focusgroep Acute interne geneeskunde.

Deze focusgroep maakt deel uit van het Netwerk Acute Zorg Limburg. Dit netwerk ondersteunt, stimuleert en faciliteert alle partners in de acute zorg. Doel is patiënten zo snel mogelijk de beste zorg op de juiste locatie te bieden. In goede afstemming en in goede samenwerking met ketenpartners.

Klachten duiden

De focusgroep Acute interne geneeskunde richt zich op kwetsbare ouderen. Internist acute geneeskunde Patricia Stassen van Maastricht UMC: ‘In Limburg melden zich jaarlijks meer dan 30.000 patiënten met een internistisch probleem op de Eerste Hulp. Daarvan is de helft ouder dan 65 jaar. In de acute zorg is het belangrijk om zo snel mogelijk te weten wat er aan de hand is. Maar bij kwetsbare ouderen is dat niet zo eenvoudig. Ouderen omschrijven hun klachten namelijk vaak als: “Ik voel me niet lekker. Het gaat niet meer. Of: ik kom mijn bed niet meer uit.” Dan is het moeilijk te bepalen welke hulp iemand nodig heeft, hoe urgent de klachten zijn en welke arts naar ze moet kijken.’

Informatieoverdracht

Onder regie van Maastricht UMC+ brengen alle Limburgse ziekenhuizen, huisartsen en ambulancediensten werkprocessen en knelpunten in kaart. Ze ontwikkelen checklists voor huisartsen, ambulanciers en specialisten om vaag omschreven klachten beter te kunnen beoordelen. Er wordt ook gewerkt aan eenduidige informatieoverdracht. Dezelfde taal spreken, en werken volgens een eenduidige methode is belangrijk om patiëntinformatie zo goed en snel mogelijk te delen met huisartsen, ambulanciers en medisch specialisten. Voor dit doel zijn diverse trainingen gegeven aan de ketenpartners, huisartsen en ambulanceverpleegkundigen.

SBAR

De overdrachtsmethode Situation Background Assessment Response (SBAR) leent zich hier goed voor. ‘Huisartsen kenden deze methode nog niet, maar jonge dokters en ambulanciers maakten er al eerder gebruik van. Het werkt als volgt. Stel: een huisarts treft een patiënt in shock aan. Hij belt met de ambulancedienst. De arts legt eerst kort en krachtig de situatie – Situation- uit. Bijvoorbeeld: “Ik bel voor een patiënt in shock.” Vervolgens geeft hij achtergrondinformatie – Background: “Hij is 75 jaar oud, bekend met een gestoorde afweer, heeft nu al 3 dagen koorts en is ondanks antibiotica toenemend ziek”. Vervolgens vertelt de huisarts hoe de huidige conditie van de patiënt is – de Assessmen. In dit geval informatie over de bloeddruk, bewustzijn en temperatuur – en wat de ambulance moet doen: “Ik denk aan een septische shock, ik wil graag een urgente rit” – Response. De ambulanceverpleegkundigen communiceren volgens dezelfde methode met het ziekenhuis. De Eerste Hulp kan vervolgens sneller en doelgerichter de zorg in- of voortzetten. Zo hebben we een goede indicatie van wat er aan de hand is, welke hulp geboden is en wat wij moeten doen.’ De huisartsen beschikken over een nieuw ontwikkeld formulier om deze informatie goed te ordenen.

Er wordt ook gewerkt aan eenduidige werkprotocollen. ‘Onlangs hebben we er één ontwikkeld voor herkenning van sepsis, een ziekte die vaak voorkomt bij kwetsbare ouderen in de acute zorg .’

Meer weten?
Kijk op de website van Netwerk Acute Zorg Limburg

Contactpersoon
Patricia Stassen, Internist- acute geneeskunde bij van Maastricht UMC, p.stassen@mumc.nl


Geplaatst op: 8 november 2017
Laatst gewijzigd op: 15 augustus 2018