Waarom brengen we jeugdhulp niet naar scholen?

Waarom brengen we jeugdhulp niet naar scholen?

‘Waarom brengen we de jeugdhulp niet naar de school? Dat is toch een van de belangrijkste leefomgevingen van het kind. En dáár kun je kennis overbrengen op leerkrachten.’ Volgens Joyce Visscher, Preventief Jeugdbeleid van de gemeente Dronten, was dat het uitgangspunt voor de veranderingen die Dronten heeft doorgevoerd. Een verbetering voor de zorg én voor het onderwijs. En een vorm van samenhang zonder samensmelting, die tot preventie kan leiden.

Laagdrempelig proces

Een leraar, de intern begeleider of een ouder kaart op school een probleem van een leerling aan. Denk aan lastig gedrag, pesten of een vermoeden van autisme of ADHD. Het zorgadviesteam van de school bespreekt de melding en gaat na of het schoolmaatschappelijk werk, het programma Sterk in de Klas of GGZ op School een oplossing kunnen bieden. Is dat niet het geval? Dan is er een snelle verwijsroute via de gemeentelijke “gidsen”. Belangrijk is dat de nadruk niet op de diagnose ligt, maar op de vraag “wat heeft dit kind nodig om verder te kunnen?” Het hele proces is laagdrempelig, de lijntjes zijn kort en de juiste hulp wordt direct ingezet, op school. Bovendien is er nazorg: de jeugdhulpverlener op school blij ook na verwijzing de regie houden en krijgt terugkoppeling. Zo weten ze op school ook hoe ze om moeten gaan met het kind.

Naar het kind brengen

Vóór de veranderingen in zorg en onderwijs van de laatste jaren ging het anders, legt Joyce Visscher uit. ‘Toen moesten kinderen met “problemen” naar een apart gebouwtje en dan denken ze “o jee, ik ben anders”. Daarom besloten we de jeugdhulp naar het kind te brengen, in plaats van andersom.’ Dat besluit ging natuurlijk om meer dan alleen de fysieke plek voor de jeugdhulp. Met de nieuwe Jeugdwet en de invoering van de Wet passend onderwijs koos de gemeente voor sterkere samenhang tussen zorg en onderwijs, om zo tot een meer preventieve aanpak te komen. Het is onderdeel van wat de Dronter Koers wordt genoemd. ‘Andere gemeenten hebben bij de invulling van de nieuwe zorgtaken sociale wijkteams opgezet, maar wij werken met gidsen, die mensen met een hulpvraag bij de hand nemen en ze in de juiste richting begeleiden.’

Coaching

Voor de invulling van de Dronter Koers op de scholen stelde de gemeente geld beschikbaar en het onderwijs formatie. Zo kon de samenhang tussen jeugdhulp en onderwijs vorm krijgen. En dat komt niet alleen tot uiting in preventieprogramma’s voor alle (ook voorschoolse) leeftijdsgroepen, maar ook in kennisoverdracht aan leraren en intern begeleiders. Dronten doet dat vooral via coaching met concrete voorbeelden. Joyce: ‘Dat werkt beter dan trainingen volgen. Als een leraar op training gaat, krijgt hij uitgelegd wat autisme is. Bij coaching loopt er een hulpverlener mee in de klas die de kinderen observeert en met ze aan de slag gaat. Daar steekt een leraar veel meer van op.’ Belangrijke voorwaarde is wel dat de vakgebieden niet door elkaar gaan lopen: ‘De leraar blij uiteindelijk de leraar en de hulpverlener blij de hulpverlener.’

Aan de ouders is in deze nieuwe aanpak ook gedacht. De jeugdhulpverleners die nu op school aanwezig zijn, kunnen ook bij de ouders langsgaan. Ze kunnen ondersteuning bieden bij een scheiding, opvoedvragen en schuldhulpverlening. ‘Zo werken we aan het welbevinden van leerling, ouders én leerkracht: een algehele verbetering van het pedagogische klimaat.’ En dat past weer naadloos bij de uitdagingen die de Wet passend onderwijs met zich meebrengt: een plek in het reguliere onderwijs voor zo veel mogelijk leerlingen, ook als ze beperkingen hebben.

Effectiviteit laten zien

Dronten is op de goede weg met haar Koers. Maar dat wil niet zeggen dat gemeente en onderwijs al klaar zijn. ‘We moeten nog doorontwikkelen’, zegt Joyce. ‘Door structuur aan de voorkant aan te brengen verwachten we minder intensieve zorg aan de achterkant nodig te hebben. Die effectiviteit willen we graag laten zien, aantonen dat een preventieve aanpak loont.’ Dat blijkt nog niet zo eenvoudig: ‘Samen met onze partners onderzoeken we nu hoe we de effecten in kaart kunnen brengen. Want onze monitoring en de informatie die we binnenkrijgen sluiten nog niet goed genoeg op elkaar aan. Iedere partij registreert op zijn eigen manier. Daar zitten we echt nog wel mee.’

Toch is volgens Joyce op casusniveau wel degelijk al te merken dat de Dronter Koers voor jeugdhulp en onderwijs werkt. Dat samenhang, nabijheid en een laagdrempelige insteek tot betere resultaten kunnen leiden. En er is waardering: ‘Leerlingen, leerkrachten en intern begeleiders zijn positief. Het onderwijs als geheel is ook erg blij, omdat het door de jeugdhulp beter wordt.’ De ouders ten slotte blijven niet achter. Nu zijn zij het die een keer een cijfer geven: ‘Een 8.’

Meer informatie
Kijk op de website van de gemeente Dronten


Geplaatst op: 28 maart 2018
Laatst gewijzigd op: 28 maart 2018