Stichting Move brengt verschillende leefwerelden bij elkaar

Stichting Move brengt verschillende leefwerelden bij elkaar

Stichting Move koppelt studenten aan jongeren die minder voorsprong hebben dan hun leeftijdsgenoten. Samen komen ze in actie voor hun omgeving. Kinderen van de Waalse school, doken samen met studenten van Het Rotterdamsch Studenten Corps (RSC/RVSV) hun eigen Rotterdamse Crooswijk in. ‘Uit de ontmoeting met de bewoners van het verzorgingstehuis ontstond een mooi plan.’

‘Wij koppelen kinderen uit minder bedeelde wijken aan studenten,’ vertelt Ivana Barisic, projectcoördinator van Stichting Move Rotterdam. Het idee van Move is dat de kinderen op deze manier hun talenten ontwikkelen en sociaal leren ondernemen. Bottom-up werken en kinderen daarmee de vrije ruimte geven om hun eigen ideeën tot werkelijkheid te maken staat daarbij voorop.

In een kortlopend project leren ze elkaars leefwereld kennen en bedenken de kinderen hoe ze hun eigen buurt kunnen verbeteren.’ De kinderen uit Crooswijk bedachten een plan om hun eigen wijk leuker, veiliger en mooier te maken. De studenten begeleidden de uitvoering. Op deze manier brengen we twee leefwerelden bij elkaar die anders niet snel met elkaar in contact waren gekomen,’ aldus Barisic.

De Move driehoek

Met zeven vrouwelijke studenten ging Move naar groep acht van de Waalse school. ‘Hier hadden de studenten vier contactmomenten in de klas en gaven zo het project vorm. Dit ging aan de hand van de Movemethodiek.’ Bij de methode staat Move als spil in het midden van een driehoek en verbindt de diverse partijen, creëert randvoorwaarden en traint en begeleidt de studenten tijdens het project.

stichting Move driehoek

Tijdens het tweede contactmoment wordt de eigen wijk verkend, in groepjes van één student met vijf kinderen. Waar is behoefte aan in de wijk? Barisic: ‘Hier interviewden en observeerden de kinderen de buurtbewoners. Ze vertelden waar ze zelf graag komen en spelen, en dat ze het leuk vinden om in Crooswijk te wonen maar dat het er niet altijd veilig en gezellig is.’ Tijdens het wijkbezoek liep een groepje langs het verzorgingshuis om de hoek van de school. ‘Ze besloten hier naar binnen te gaan en wat bewoners te interviewen.’

Niet meer buiten

Tijdens de interviews bleek dat bewoners vaak binnen blijven. ‘Vanwege de immobiliteit, maar ook omdat het niet altijd even veilig is op straat. Hierdoor bleken veel van de ouderen eenzaam. Sommige ouderen kwamen zelfs helemaal niet meer buiten, ook al wordt er van alles georganiseerd.’ Het was mooi, vertelt Barisic, dat er nu eens een heel andere doelgroep naar ze toe kwam.

Niet alleen voor de ouderen was het een fijne ontmoeting, ook de kinderen zelf deden veel inspiratie op. ‘Ze hebben doorgaans weinig contact met de oudere generatie, op hun eigen opa’s en oma’s na. Ze wilden de ouderen graag beter leren kennen.’

Cupcakes

De kinderen wilden aanvankelijk een mini-high tea voor de ouderen organiseren. ‘Dit werd uiteindelijk het versieren van cup cakes. Van tevoren hadden ze nagedacht over thema’s om de ouderen beter te leren kennen.’ Verliefd zijn, oorlog, de middelbare school en opgroeien in Crooswijk kwam daarbij naar voren. Op basis van deze thema’s bedachten de kinderen concrete vragen die ze de senioren wilden stellen. ‘Zo vroegen ze onder het cupcake versieren aan de ouderen of ze vroeger wel eens gepest waren.’

Ook andere dingen werden besproken. ‘Ze vroegen of de ouderen veel verliefd zijn geweest, of ze vriendjes hebben gehad, waar ze geboren zijn. Zelfs lievelingsdieren kwamen voorbij.’ De kinderen hebben de senioren op deze manier veel beter leren kennen, vertelt Barisic. ‘Het werkte goed omdat ze kletsen terwijl ze tegelijk een activiteit ondernamen. Vooral voor ouderen met dementie was dit fijn.’

Vloeiend gesprek

Het was wel even spannend of de kinderen en ouderen genoeg respect voor elkaar zouden hebben. Maar, zegt Barisic, ‘de kinderen gingen heel respectvol met ze om. Ze vonden het ontzettend leuk, trokken zich niet terug. Ze hielpen ook ouderen die het niet goed lukte om de cupcakes te versieren. Als een oudere geen vloeiend gesprek meer gaande kon houden, begrepen de kinderen dat goed.’

Barisic reflecteert: ‘Het mooie aan deze wisselwerking is dat er een derde doelgroep bij kwam kijken. Dit was een goede toevoeging die mooi verliep.’ Ze is geraakt door de verantwoordelijkheid die de kinderen namen. ‘De ontwikkeling van die leeftijd, waarop ze leren verantwoordelijkheid te nemen, was echt terug te zien.’ De ontmoeting was misschien zelfs van duurzame aard. ‘Het heeft de school geïnspireerd om dit soort activiteiten vaker te organiseren.’


Geplaatst op: 6 juli 2018
Laatst gewijzigd op: 9 juli 2018