Op weg met de Museum Plus Bus: er wordt maanden over nagepraat

Op weg met de Museum Plus Bus: er wordt maanden over nagepraat

Het is een populair uitstapje geworden: een dag weg met de Museum Plus Bus. Groepsgewijs gaan ouderen een hele dag op pad, naar een museum. Met de bus. Naar het Rijksmuseum bijvoorbeeld, om de Nachtwacht en het Melkmeisje te zien.

‘Ruim tien jaar geleden merkte de toenmalige directeur van het Cobra Museum voor Moderne Kunst op dat er een belangrijke doelgroep miste in het museum,’ vertelt Dieuwertje Tromp, projectcoördinator bij Museum Plus Bus. Er is een grote groep ouderen die niet meer zelfstandig naar het museum kan, door een lichamelijke en/of geestelijke beperking. Of door financiële of sociale kwetsbaarheid. Het idee voor de Museum Plus Bus ontstond in 2006, en op 15 januari 2008 werd de eerste rit gereden.

Een succes met tienjarig jubileum

Wat begon als een eenjarig project, is inmiddels uitgegroeid tot een groot succes. Jaarlijks gaan er dertienduizend ouderen naar het museum, rijden de twee Museum Plus Bussen 370 ritten en is het aantal aangesloten musea verdubbeld, van zeven naar veertien. ‘Het liefst hebben we ooit een heel wagenpark, om alle ouderen jaarlijks mee te kunnen nemen.’

Nieuw groepen eerst

Nu is er een flinke wachtlijst, ‘nieuwe groepen krijgen voorrang bij de inschrijving die altijd op 1 oktober opent.’ In die maand kunnen onder andere ouderenbonden, woonzorgcentra, thuiszorgorganisaties en buurtcentra een groep van 30 tot 45 ouderen opgeven. ‘Soms zijn het groepen die elkaar al kennen, of mensen komen elkaar in de bus voor het eerst tegen.’

Scootmobielincidenten

Op een centraal punt worden de ouderen opgehaald, bijvoorbeeld bij de dorpskerk. ‘De bussen zijn helemaal ingericht op de doelgroep. Er is een rolstoellift en de voorkant kan ‘knielen’, zodat mensen makkelijk kunnen instappen.’ Rolstoelen en rollators mee, alleen scootmobielen moeten thuisblijven, ‘daar hebben al te veel incidenten mee plaatsgevonden.’ De drukte en indrukken in een museum leiden nog wel eens tot enthousiaste bestuurders, ‘zo reed iemand ooit tegen een schilderij aan.’

Een speciale rondleiding

De dag is compleet verzorgd en de ouderen brengen zo’n vier uur in het museum door. Tromp: ‘In de bus worden vaak gezamenlijk liedjes gezongen, bijna alsof ze op schoolreisje gaan. De begeleider neemt vaak een cd mee, met nummers van vroeger.’ Bij aankomst in een museum wordt er koffiegedronken, waarna een rondleiding volgt. Speciaal gericht op de doelgroep, ‘te drukke gedeelten van musea worden bijvoorbeeld overgeslagen.’

Er wordt nog lang over nagepraat

Tromp: ‘Mensen praten tot wel drie maanden na over het uitstapje. Zowel met bekenden als onbekenden. Over de kunst die ze hebben gezien, maar ook over de rit ernaartoe.’ Het valt Tromp op dat mensen graag met onbekenden praten. ‘Ze zijn echt even uit de dagelijkse sleur, op een andere plek. Ze vinden het mooi om toeristen tegen te komen, of een schoolklas met kinderen.’

Vaker naar het museum

Het is tekenend dat mensen graag nog een keer zouden gaan. ‘Vanwege het vervoer lukt dat niet altijd. Door de wachtlijst kunnen mensen eens in de drie jaar mee.’ Tromp: ‘Het wordt moeilijk gevonden om aan mantelzorgers, familie of een partner te vragen naar een museum te gaan. Uit angst ze te belasten met hun handicap of zorgvraag. Het is ook lastig om een dagje naar bijvoorbeeld Het Noordbrabants Museum gaan als je in Groningen woont.’

In de zomer van 2016 werd er een impactmeting gedaan onder de ouderen. De effecten van een museumdag op ouderen is in dit bestand weergegeven.

Kortgeleden werd een bezoek aan het Nederlands Openluchtmuseum gefilmd door een begeleider van een verzorgingshuis. Tromp: ‘Het is leuk om te zien hoe zo’n dag beleefd wordt door de ogen van een begeleider, en de deelnemers.’

 


Geplaatst op: 17 augustus 2018
Laatst gewijzigd op: 29 augustus 2018