Patiënten nabellen vanaf de Spoedeisende Hulp

Patiënten nabellen vanaf de Spoedeisende Hulp

Ouderen die de spoedeisende hulp hebben bezocht, belanden vaker dan andere doelgroepen korte tijd later weer op de SEH. Nabellen van deze patiënten is effectief. ‘Dat voorkomt herbezoeken aan de SEH en heropnames in het ziekenhuis’, vertelt Christien van der Linden, klinisch epidemioloog acute zorg bij Haaglanden Medisch Centrum. ‘Door deze relatief eenvoudige en goedkope interventie wordt de patiëntenzorg significant beter.’

Wat was de aanleiding?

Christien van der Linden is klinisch epidemioloog acute zorg bij HMC, voorheen verpleegkundige op de SEH. Nu is ze werkzaam als medewerker research en development. ‘Ik evalueer projecten en begeleid wetenschappelijk onderzoek binnen de acute zorg. Mijn onderwerp is logistiek op de spoedeisende hulp. Het doel is onnodige wachttijden voor cliënten te verkorten. Internationaal zijn er vele artikelen verschenen over dat oudere patiënten, dus 70-plussers, vaker terugkomen op de SEH met hetzelfde probleem. Bijvoorbeeld binnen een maand melden ze zich weer op de SEH met hetzelfde of aanverwant probleem, waarna ze weer opgenomen moeten worden in het ziekenhuis.’

Een concreet voorbeeld: een patiënte komt op de SEH met een urineweginfectie en krijgt antibiotica voorgeschreven. Vervolgens lukt het haar niet om in de dagen erna de medicijnen op te halen. Mogelijk realiseert ze zich niet dat ze meteen moet beginnen met de medicijnen. Of ze denkt dat haar dochter die maandag bij de apotheek kan ophalen. Maar intussen verergert de blaasontsteking. Dan meldt ze zich weer bij de SEH, nu met een nierbekkenontsteking.

‘Uit de publicaties kunnen we opmaken dat het komt door de snelle en drukke omgeving op de SEH’. Mogelijk blijven de ontslaginstructies bij met name ouderen minder goed hangen. Ze vergeten wat er gezegd is of de communicatie was voor hen niet duidelijk genoeg.’

Wat hebben jullie ondernomen?

Van der Linden: ‘De publicaties waren weliswaar gebaseerd op de praktijk in Australië, maar we hebben onderzocht of dat bij HMC ook het geval is. We zijn begonnen met mensen van 70-plus die vanuit de SEH naar huis zijn gegaan na te bellen. Bijvoorbeeld: Heeft u nog vragen over de behandeling op de SEH? Wat vond u ervan? Heeft u de medicijnen opgehaald? Heeft u er nog vragen over? Heeft u een afspraak kunnen maken bij de huisarts?’

Alle punten uit de ontslaginstructies, worden nadien telefonisch gecheckt. Zowel of het goed is overgekomen en deels of het gelukt is om uit te voeren. ‘We merkten op dat er vaak nog vragen leven bij de patiënten. Dat waren vragen over de medicijnen of over de behandeling. En soms kwam er een verhaal dat ze het thuis toch niet goed konden redden door een arm of been in het gips.’

Wat zijn de bevindingen?

‘Bij negen van de tien patiënten is het prima gelukt en gaat het goed’, aldus Van der Linden. ‘Maar bij de tiende is er actie nodig. Voor HMC Westeinde bellen we ongeveer 330 patiënten per maand na die ouder zijn dan 70 en naar een zelfstandige woonomgeving gaan. En bij HMC Bronovo zijn het er gemiddeld 250 per maand. Dat komt neer op 15 à 20 per dag.’

Bij de helft van hen blijken er nog vragen of onduidelijkheden te zijn bij het na bellen. Bij 10 tot 20% moet er iets meer gebeuren dan alleen de ontslaginstructies doorlopen, dus echt een interventie. Interventie kan zijn in de vorm van meer thuiszorg of een wijkverpleegkundige die langs moet komen. ‘Dan bellen we bijvoorbeeld de apotheek om medicijnen thuis te brengen of de mantelzorger om nog iets uit te leggen. En soms moet de patiënt terug naar de SEH omdat het niet goed gaat.’

‘Al snel leek het ons nuttig om ook mensen jonger dan 70 jaar waarvan wij inschatten dat het nodig is, na te bellen. Een arts of verpleegkundige kan in het digitaal dossier een vakje aanvinken en dan wordt die patiënt ook de volgende dag nagebeld. Het nabellen vindt plaats binnen 24 uur. Dat doen we sinds 2013.’

En nu?

Uit het onderzoek in het buitenland blijkt dat nazorg invloed kan hebben op een verminderd aantal herbezoeken aan de SEH. Van der Linden: ‘We onderzoeken nu of het ook bij ons daadwerkelijk opnames en herbezoeken voorkomt. En of de patiënt hiermee minder achteruitgaat. Het is best lastig te onderzoeken of dat wordt voorkomen door zo’n telefoontje. Zeker is dat mensen heel blij zijn met zo’n telefoontje.’

Wat is de belangrijkste sleutel om dit voor elkaar te krijgen?

‘Voor het personeel is het een extra belasting. Je vraagt weer iets extra’s van hen. Ze hebben het al ongelooflijk druk en dit komt er dan weer bij. Daarnaast kan het ook erg leuk en fijn zijn om te doen, omdat de meeste mensen erg blij zijn met het telefoontje.’

Uiteindelijk is het interessant voor verzekeraars, als we aan kunnen tonen dat het inderdaad herbezoeken voorkomt. Dan wordt het ook gemakkelijker om daar personeel op in te zetten.

Meer hierover weten?

Je kunt hiertoe contact opnemen met: Christien van der Linden, Klinisch epidemioloog, c.van.der.linden@haaglandenmc.nl

poster2018


Geplaatst op: 7 augustus 2018
Laatst gewijzigd op: 15 augustus 2018