Zwerfjongeren van de straat door woning en supportgezin

Zwerfjongeren van de straat door woning en supportgezin

Nederland kent ongeveer 9.000 zwerfjongeren. Dat blijkt uit recente cijfers van stichting Zwerfjongeren Nederland. Veel van die jonge mensen zwerven in grootstedelijke regio’s als Amsterdam, Rotterdam en Utrecht. Stichting Timon helpt deze jongeren aan onderdak en koppelt hen via een sociaal makelaar aan een maatje of gezin. Hulpverlener Heijmen Timpers (36) vertelt hoe dat zit.

‘We willen graag dat een jongere het gewone leven leert kennen, weer onderdeel wordt van de samenleving. Daarbij hoort een positief netwerk. Dat missen ze vaak, waardoor ze niet of nog niet uit hun situatie kunnen komen’, vertelt Heijmen die nu zo’n drie maanden bij de Rotterdamse vestiging van Timon werkt. Daarvoor werkte hij onder meer met jongeren op straat en was hij actief in de crisisopvang voor jongeren tussen de twaalf en achttien jaar.

Hoop, herstel, perspectief

Heijmen koos voor Timon vanwege de unieke aanpak en het feit dat hij weer met jongeren vanaf achttien jaar kon gaan werken. ‘Die zijn door hun reflecterend vermogen beter te coachen’, legt hij uit. ‘Deze jongeren hebben vaak al langere tijd geen vaste verblijfplek meer. Ze komen via via bij het jongerenloket in Rotterdam, vertellen wat de problemen zijn en krijgen een doorverwijzing naar Timon. Timon wil deze jongeren hoop, herstel en perspectief bieden.’

Bankhoppers

Sommige jongeren hebben met verschillende problemen te maken, vertelt Heijmen verder. ‘Ze zijn door conflicten met ouders of gezinsleden op straat komen staan, hebben schulden omdat ze niet geleerd hebben goed met geld om te gaan en zijn soms ook verslaafd. Veel van hen zijn bankhoppers, mensen die van de ene kennis naar de andere gaan om daar op de bank te kunnen slapen. Sommigen houden dat maar even vol, anderen wel twee jaar voordat ze uiteindelijk toch op straat belanden. En als er ook in de crisisopvang geen plek meer is, komen ze via het gemeenteloket bij ons.’

Woonplek regelen

‘Wij vragen ze in het intakegesprek waar ze vandaan komen, welke problemen ze hebben en waarmee we ze kunnen helpen. Het allerbelangrijkste daarbij is het regelen van huisvesting. Want zonder plek om te wonen kunnen we ook de andere problemen niet aanpakken. Wij huren een aantal huizen van de woningbouwstichting en begeleiden jongeren van daaruit naar zelfstandigheid. Zo heb ik net een jongere helpen verhuizen en samen met hem zijn financiën op orde gebracht. Als Timon niet meteen een woonplek heeft, kijken we of we de hulpverlening wel alvast kunnen starten.’

Sociaal makelaar

Een volgende stap is iemand koppelen aan een maatje of supportgezin om bijvoorbeeld samen te gaan sporten of eten. We hebben daarvoor een sociaal makelaar in dienst in die kijkt of hij een goede match kan vinden. Is die er en klikt het, dan koppelen we de jongere aan dat maatje of gezin. Dat kan een doorsnee Nederlands gezin zijn met twee kinderen of een gezin met dezelfde achtergrond als de jongere zelf. De jongere heeft zo’n positief netwerk nodig om uit zijn huidige situatie te komen.’

Doe wat je zegt

Maar naast het bieden van een goed netwerk is het vanaf dag 1 ook belangrijk dat je als hulpverlener doet wat je belooft, merkt Heijmen op. ‘Eerlijk zijn en je beloften nakomen is het belangrijkste in dit werk. De jongeren komen vaak met een groot wantrouwen naar hulpverleners. Het is dus best wel spannend om dat vertrouwen te winnen en vooral niet te beschadigen. Ben je als hulpverlener een keer ziek? Zeg dan eerlijk dat je op dat moment even niets kan doen. Leg het uit.

En verwacht geen al te grote stappen bij dit werk. Ik ben blij als ik via kleine stappen de jongere langzamerhand weer regie zie nemen over zijn leven, waardoor zijn zelfstandigheid toeneemt. Bijvoorbeeld als hij eindelijk een kamer heeft gekregen en van overleven kan overgaan naar gewoon leven en zijn kamer naar eigen smaak gaat inrichten. Of als ik voor de jongere een betalingsregeling heb getroffen en die jongere zich ook daaraan houdt. Dan denk ik: Yes, die pakt het goed op. Daar doe ik het voor.’


Geplaatst op: 28 februari 2018
Laatst gewijzigd op: 27 februari 2018