Bridgen als speeddate tegen eenzaamheid

Bridgen als speeddate tegen eenzaamheid

In Nederland voelt een miljoen ouderen zich vaak eenzaam. Het ontbreken van een sociaal netwerk is een van de oorzaken daarvan. De initiatiefnemers van het Denken- en Doen-project bedachten daarvoor een oplossing: een twee jaar durende bridgecursus voor ouderen van zestig jaar en ouder. Door de cursus leren de deelnemers zowel het bridgen als elkaar beter kennen.

‘Als directeur van de Nederlandse Bridge Bond ga ik hier niet propageren dat het kaartspel bridge het middel is tegen eenzaamheid onder ouderen, want dat is het niet’, licht initiatiefnemer Gijs van der Scheer toe. ‘Wel komen grote groepen ouderen graag hun huis uit voor iets wat zij leuk vinden. Bridge is zoiets. Het spel houdt in Nederland 300.000 ouderen bezig. Het is mede zo succesvol omdat het een uiterst sociaal spel is. Elk spel duurt minder dan tien minuten en heeft vanwege de spelregels iets weg van speeddating. Spelers zien en spreken tijdens hun bridgemiddag of -avond naast hun bridgepartner tientallen anderen. Hierbij draait het ook niet om eenzaamheid of leeftijd. De deelnemers hebben het er gewoon naar hun zin.’

Vijf stappen

Het Mulier Instituut stelde in een onderzoek onder leiding van hoogleraar Koen Breedveld vast dat onder beginnende bridgers de eenzaamheid aanzienlijk afneemt, ook als ze langer dan twaalf maanden aan bridgen doen. Nivel concludeerde in 2012 hetzelfde in hun wetenschappelijke factsheet: ‘Bridgend de eenzaamheid te lijf‘ over met name Denken en Doen. ‘Kortom het leren van Bridgen is best een goed idee ‘, meent Van der Scheer. ‘Denken en Doen geeft de deelnemers een netwerk, een structuur met wekelijkse bijeenkomsten en een kans om sociaal in beweging te komen. Het project duurt twee jaar en is opgebouwd uit vijf stappen. Na afspraken met de organiserende gemeente, volgt een wervingsfase. Daarna zijn er vier inhoudelijke les/oefenmodules. De cursisten zetten deze stappen via wekelijkse bijeenkomsten van twaalf lessen van 2,5 uur. De deelnemers verspreiden zich in groepjes van vier over de tafels. Een bridgedocent legt het spel uit. De groep van zo’n 48 personen wordt in eerste instantie verdeeld over twee lesgroepen die na stap vier worden samengevoegd. Daarna wisselen paren van tafel. Ze ontmoeten dus steeds nieuwe tegenstanders, meer dan tien verschillende deelnemers per les.’

Doelgroep zestigplussers

Het project richt zich op ouderen in een buurt, wijk of bijvoorbeeld zorginstelling. ‘Ze worden door de gemeente uitgenodigd. De ouderen worden daarbij niet benaderd op hun zwakke punt, eenzaamheid en/of een beperking, maar op een leuk uitje. Dat is wat de deelnemers aanspreekt: een vaste uitgaansavond of -middag waarop ze anderen kunnen ontmoeten. Intermediaire doelgroepen zijn gemeenten en organisaties voor ouderenzorg, bridgedocenten en bridgeverenigingen.’

Lage investering

Volgens Van der Scheer is het project, gelet op de tijdsduur en het effect, niet duur. ‘Aan de instap, het leren van bridge, zijn kosten verbonden. Maar na afloop van een Denken en Doen-project is er voor het bridgen zelf geen financiële steun meer nodig. Bridgers komen ook na afloop jarenlang bij elkaar.’ Gemeenten en deelnemers (2,50 euro eigen bijdrage) dragen bij aan het project. Daarnaast ondersteunt de BridgeBond bijvoorbeeld met tafelgastheren- en dames en veel PR-materiaal. Tot nu toe zijn er landelijk zo’n honderd projecten geweest. ‘Het project draagt structureel bij aan het welzijn van ouderen. Ik pleit ervoor dat gemeenten die dit project willen aanbieden, dat financieren vanuit de wmo. Het gaat immers om een welzijnsproject, dat past in ouderenbeleid en veraf staat van investeren in sport.’

Op de website van bridge.nl vindt u meer informatie over het project Denken en Doen.


Geplaatst op: 19 juni 2017
Laatst gewijzigd op: 27 juni 2017