‘Mensen zonder beperking zijn zich er niet bewust van hoe geweldig het is dat ze gewoon met de bus kunnen gaan’

‘Mensen zonder beperking zijn zich er niet bewust van hoe geweldig het is dat ze gewoon met de bus kunnen gaan’

Voor veel mensen met een beperking is speciaal vervoer de norm om naar school, sport of vrienden te gaan. Maar dat is niet altijd nodig. Bij MEE op Weg leren mensen met een beperking om met behulp van een reismaatje zo zelfstandig mogelijk te reizen.

Als consulent begeleidt Jan Weessies deelnemers en vrijwilligers van MEE op Weg. Toegankelijkheid is voor veel mensen met een beperking een knelpunt, legt Jan uit. ‘Dan heb ik het vooral over hoe toegankelijk het voor mensen is om te participeren in de maatschappij. Het idee heerst dat als je een beperking hebt en wilt reizen, daar speciaal vervoer voor nodig is. Gemeenten moeten dat vervoer financieren, en als er meer mensen willen participeren dan is er ook een groter vervoerbudget nodig. Maar gemeenten geven liever minder geld uit. Voor ons was dat een aanleiding om te kijken of we ook op een andere manier met deze vervoerskwestie om kunnen gaan.’

Reismaatje

Bij MEE op Weg wordt iemand met een beperking gekoppeld aan een vrijwilliger of stagiaire. Samen met de consulent maken ze een plan, waarmee de deelnemer en het reismaatje aan de slag gaan. De deelnemers zijn vaak jongeren met een verstandelijke beperking of een ontwikkelstoornis zoals autisme.

In principe kan iedereen zich aanmelden als reismaatje. Maar Jan gaat altijd in gesprek met de vrijwilligers, om te kijken bij welke deelnemer ze het beste passen. ‘Laatst was er een wat oudere man die reismaatje wilde worden. Na hem gesproken te hebben, koppelde ik hem aan een jongen met autisme die nu in groep 8 zit. Na de zomer gaat hij naar het voortgezet onderwijs, maar voordat het zover is wilde hij graag leren fietsen. Deze man wist niet veel over autisme. Hij noemde die jongen “eigen baas” over zijn leerdoel en wilde zich niet opstellen als iemand die alles wist omdat hij zoveel levenservaring had. Hij had besloten dat hij de jongen de leiding gaf.’

Geen eenrichtingsverkeer

Het moet geen eenrichtingsverkeer zijn, vindt Jan, maar de deelnemer en het maatje moeten echt een uitwisseling hebben. ‘Ik benoem dat vaak ook bij de deelnemer: dat reismaatje gaat jou helpen met reizen, maar diegene weet niet hoe het is om te leven met een beperking. Jij weet daar veel over, dus misschien kun je je reismaatje daar ook wat over leren. Ik vind het heel belangrijk om die gelijkwaardigheid te creëren. Vaak zie je dat reismaatjes zich daardoor ook realiseren hoe complex reizen kan zijn voor anderen.’

Op die manier kan MEE op Weg de samenleving en mensen met een beperking dichter bij elkaar brengen, legt Jan uit. ‘Mensen zonder beperking zijn zich niet bewust van hoe geweldig het is dat ze gewoon met de bus kunnen gaan. Dat je die reis kunt maken en alle prikkels kunt filteren. Voor iemand met autisme kan dat heel intensief zijn. Het mooie is dat die twee groepen elkaar door MEE op Weg kunnen ontmoeten.’

Een duwtje in de rug

In principe trekken de deelnemers en hun maatjes 12 weken met elkaar op. Het doel is dat de deelnemer na die 12 weken zelfstandig op pad komt. In het begin gaat het maatje van deur tot deur mee, maar op een gegeven moment wordt dat afgebouwd. ‘We kijken: zou iemand het eerste stuk naar de halte zelf kunnen lopen? Na 6 weken hebben we een tussenevaluatie, waar we de deelnemer vragen of hij al eens heeft nagedacht om het in zijn eentje te proberen. Soms willen ze dat graag, maar soms hebben ze er ook nog niet bij stilgestaan. Dan kun je ze even een duwtje in de rug geven.’

Ontdekkingsreis

‘Voor mij betekent MEE op Weg dat we kijken of mensen meer zelfstandigheid kunnen krijgen in het reizen’, vertelt Jan. ‘Het is geen wondermiddel, het is echt een ontdekkingsreis om te kijken wat mogelijk is. Soms ontmoet ik ouders die wat huiverig zijn. Voor hen gaat het om de veiligheid van hun kind. De beperking van hun kind geeft namelijk ook een bepaalde mate van kwetsbaarheid. Maar als het niet goed is voor de deelnemer, dan zetten we het niet door. We creëren ruimte om die ontdekkingstocht te maken. Als het wel lukt kan het kind daar trots op zijn. Dat is voor ouders ook gewoon leuk.’

Een positiever zelfbeeld

Na afloop van de 12 weken vraagt Jan deelnemers wat het hen heeft opgeleverd. ‘Ze zeggen bijna altijd dat ze een positiever zelfbeeld hebben gekregen. Als je altijd met speciaal vervoer naar school gaat, dan zie je onderweg allemaal mensen fietsen. Maar jij hoort niet bij die groep, jij hoort bij de groep in dat busje. Het is fijn voor hen om te ontdekken dat ze eigenlijk ook bij die andere, zelfstandige groep horen.’

Concrete resultaten

Behalve een positiever zelfbeeld, levert MEE op Weg ook concrete resultaten. ‘Laatst hadden we een deelnemer die in de overgang van school naar werk zat. Hij zou ergens aan het werk kunnen, maar de voorwaarde was dan dat hij wel zelf kon reizen. Hij is toen gaan oefenen, want als het zou lukken zou hij een contract krijgen. En dat is heel goed gelukt!’

Andere groepen

Reizen kan ook voor andere groepen ontoegankelijk zijn, realiseert Jan zich. ‘Een tijdje geleden kwam er een vrouw bij ons die als vluchteling naar ons land was gekomen. Zij had nog nooit gefietst. Dat we in Nederland allemaal kunnen fietsen lijkt vanzelfsprekend, maar is eigenlijk bijzonder. Als klein kind leer je dat spelenderwijs, maar als je dat pas als volwassene leert dan komen daar schaamtegevoelens bij kijken. Daar moet je tegen opboksen. En daar is het reismaatje ook een mooi middel voor.’

Meer weten?

Kijk op de website van MEE Oost.


Geplaatst op: 8 augustus 2018
Laatst gewijzigd op: 9 augustus 2018