THINK op school verbindt onderwijs en zorg

THINK op school verbindt onderwijs en zorg

Aan de ene kant maatschappelijke organisaties die hun preventie-aanbod etaleren, aan de andere kant scholen die in al dat aanbod de weg kwijtraken. Wat een verspilde moeite en energie! In Zwolle brengt THINK op school beide werelden bij elkaar. Een win-winsituatie voor de scholen, de maatschappelijke organisaties én de leerlingen. Marieke Snel, maatschappelijk werker bij De Kern en projectleider en initiatiefnemer van THINK op school, licht toe.

Marieke Snel werkt al 30 jaar in de jeugdhulpverlening. Ze ziet kinderen opgroeien in een wereld die steeds ingewikkelder wordt: erosie van gezinsverbanden, social media, de multiculturele samenleving. ‘Probeer daar je weg maar eens in te vinden als puber! Natuurlijk zijn ouders primair verantwoordelijk voor de begeleiding van hun kinderen. Maar onderwijs moet een back-up zijn voor kinderen die sociaal-emotionele vaardigheden thuis niet aangereikt krijgen.’

Zelf heeft Marieke ook kinderen. ‘Toen ik eenmaal moeder was besefte ik pas goed hoe bizar het eigenlijk is dat jongeren op school wel Nederlands, Engels en Duits leren, maar niet hoe ze vriendschappen sluiten en keuzes maken. Terwijl het voortgezet onderwijs een plek is waar iedere jongere naartoe gaat, op een leeftijd dat er meer en meer een beroep wordt gedaan op hun sociale vaardigheden, ouders naar de achtergrond verschuiven en leeftijdsgenoten een grotere invloed krijgen.’

Marieke kende zowel de maatschappelijke organisaties die elk jaar opnieuw hartstikke druk zijn met folders maken en acquisitie plegen voor hun preventie- en leefstijllessen als de scholen die in al dat aanbod door de bomen het bos niet meer zien. Ze besloot beide werelden bij elkaar te brengen. Ze bedacht THINK op school.

Leren nadenken

THINK staat voor ‘leren nadenken’. In de eerste klas krijgen leerlingen elke week 1 uur THINK. ‘Het is een vast vak, net als Engels en Nederlands’, zegt Marieke. ‘De mentor geeft de les samen met gastdocenten van verschillende maatschappelijke organisaties.’ Wat de jongeren precies leren, bepalen ze deels zelf. ‘Samen met ouders en leraren beoordelen ze welke onderwerpen belangrijk zijn. Dat betekent dat het vak THINK er op elke school net iets anders uit kan zien.’ De THINK op school-medewerker zet de onderwerpen in een logische volgorde en koppelt aan elk onderwerp een inhoudelijke deskundige. Marieke ontwikkelde THINK op school samen met TalentStad Beroepscollege, de vmbo-school waar ze maatschappelijk werkster was. ‘THINK op school komt uit mijn hoofd en hart, maar ik heb het in de praktijk kunnen vormgeven omdat Peter Gerritsen, teamleider bij TalentStad, en Jan-Willem Dollekamp, adviseur bij de gemeente Zwolle, er ook in geloofden.’

Mariekes idee paste naadloos in de transformatie: de gemeente Zwolle – op zoek naar inventieve manieren om de werelden van het onderwijs en de zorg te verbinden – gaf subsidies aan scholen met een goed idee. Ook Marieke mocht een pilot gaan doen.

Mentoren ontzorgen

THINK op school is allereerst een efficiencyslag. ‘Scholen hoeven niet meer uit al die folders te kiezen en maatschappelijke organisaties hoeven de acquisitie op scholen niet meer te doen’, legt Marieke uit. Maar THINK op school is nog veel meer. Het biedt een samenhangende sociaal-emotionele leerlijn, die ontstaat in nauwe samenwerking met de school. Zonder dat mentoren hier uren aan kwijt zijn. ‘Dat is een belangrijke succesfactor van THINK op school. Mentoren zijn in de eerste plaats docent. Ze hebben de ambitie kinderen een bepaald vak te leren. Het mentorschap is voor de meesten geen keuze, ze krijgen het erbij. En dat vinden ze niet altijd makkelijk. Gesprekken aangaan met jongeren die zich somber of angstig voelen is ook echt iets heel anders dan wiskunde geven. Het mooie van THINK op school is dat we ze daarin komen ontzorgen. Wij brengen onze inhoudelijke kennis naar de scholen toe. Wij nemen de mentoren daarin mee.’

Gezonde scepsis

Marieke benadrukt dat de mentoren een belangrijke rol hebben en houden. “Er is echt sprake van samenwerking en wisselwerking. De mentor is bijvoorbeeld altijd aanwezig bij de THINK-lessen. Als de mentor verhinderd is, gaat de les niet door. Want de mentor is er voor de kinderen, voor de veiligheid. De gastdocent verzorgt de inhoud. En als mentoren dan ook nog voorbeelden aandragen die bij het onderwerp van de les passen, wordt het echt op maat.’ De introductie van THINK op school ging niet zonder slag of stoot. ‘Op papier vonden alle
mentoren het een prachtig plan. Maar toen we het in praktijk brachten, kwamen we ook gezonde scepsis tegen. En kwetsbaarheid. Want door iemand toe te laten in “hun” klas geven mentoren toch een kijkje in eigen keuken.’ Ook voor de gastdocenten vanuit de maatschappelijke organisaties was het spannend. ‘We moesten elkaars taal leren spreken, elkaar vinden.’ Het omslagpunt kwam na een halfjaar tijdens de tussenevaluatie. ‘Alle mentoren gaven aan hoe nieuw het voor ze was om op een andere manier met kinderen in gesprek te gaan. Maar ze zagen ook wat ze eraan hadden. Nu omarmen ze THINK op school. Ze voelen zich ontzorgd. Wij komen ze echt wat brengen.’

Samen doen is de kracht

Zwolle telt 11 vo-scholen. Komend schooljaar start THINK op school op 6 scholen. De 5 overige scholen hebben ook interesse en haken mogelijk later aan. Ook mbo-school Deltion College wil graag meedoen. Marieke: ‘Op inhoud is gewoon niemand tegen THINK op school. We voelen allemaal dat het alleen maar slim is om te doen. Alle handen gaan op elkaar.’ TalentStad geeft de THINK-lessen dit jaar ook in de tweede klas. Er wordt nagedacht over uitbreiding naar de bovenbouw en groep 7 en 8 van de basisschool. Voor de bovenbouw is er nu al THINK-maatwerk in de vorm van themablokken.

Een wezenlijk onderdeel van THINK op school zijn de 4 G’s uit de Rationeel Emotieve Therapie (RET): gebeurtenis, gedrag, gevoel en gedachten. Marieke: ‘De RET is een bewezen effectieve methode die kinderen leert grip op hun gedachten te krijgen. Het is een handig trucje. Echter, alleen kinderen die in de hulpverlening komen, krijgen het aangereikt. Terwijl het nuttig is voor ieder kind! Daarom vormen de 4 G’s de grondmethodiek van THINK op school, ze komen in elke les naar voren.’ Mooie bijvangst van THINK op school is dat mentoren de 4 G’s ook gaan gebruiken. Mentoren worden – bewust – niet getraind, maar meegenomen in de praktijk.

Publicatie

Het ministerie van VWS en de VNG hebben 15 wethouders Jeugd uitgenodigd hun successen op het gebied van jeugdpreventie te delen. Samen willen we een positieve beweging naar meer preventie op gang brengen. Dit gebeurt door koplopers bij beleid (Rijk en regio), kennis (4 landelijke kennisinstituten) en praktijk (15 gemeenten) te verbinden in een koplopersnetwerk jeugdpreventie. De eerste 15 voorbeelden met werkende factoren zijn samengebracht in een publicatie: ‘Van nul tot later als ik groot ben | Gemeenten investeren in kansen voor jongeren’.

 


Geplaatst op: 3 oktober 2017
Laatst gewijzigd op: 5 oktober 2017